Waarom media UFO-verhalen blijven pushen voor clicks
Jeroen Vermeer ·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom gerenommeerde media UFO-verhalen blijven pushen voor clicks, terwijl het bewijs bij inspectie in duigen valt. Een kritische blik op sensationele journalistiek.
We hadden het er laatst nog over. Dat merkwaardige fenomeen waarbij gerenommeerde nieuwsmedia, die normaal gesproken hameren op hard empirisch bewijs, opeens een zwak blijken te hebben voor die belachelijke theorie dat UFO's buitenaards zouden zijn.
Ik ben de eerste om te zeggen dat alles mogelijk is. UFO's kunnen best van aliens komen. Er kunnen spoken op je zolder zitten. Misschien hebben bijbelse figuren echt met bovennatuurlijke wezens gesproken. Thor kan best donderstenen gooien. Subliminale smileys kunnen de publieke opinie over immigratie beïnvloeden. De maanlanding kan in scène zijn gezet.
Je snapt het idee. Het probleem is alleen: ik zie geen overtuigend bewijs. En het bewijs dat voor UFO's als buitenaards wordt aangevoerd, valt bij nauwkeurige inspectie meestal in duigen. Dat leidt dan weer tot tweede-orde argumenten over onderdrukt bewijs.
### Hoe media in de val trappen
Dus... wat gebeurde er? Hoe lieten Scientific American, de Guardian en NPR zich foppen? Het simpele antwoord: ze lieten zich niet foppen. Ze wilden clicks, en ze kregen clicks.
Veel artikelen over die 'aliens-onderzoeker' dekken zich een beetje in door skeptici te noemen. Maar nooit in balans. Het Scientific American-artikel had drie paragrafen over Loeb en slechts één over zijn critici. Het Guardian-artikel had een vraagteken in de titel – goed zo! – maar van de zestien paragrafen waren er maar drieënhalf skeptisch.
Journalisten staan bekend als skeptisch. Maar zoals we eerder zagen bij Gladwell, Freakonomics en TED-talks, is goedgelovigheid soms een superkracht voor een journalist. Als je bereid bent te geloven, schrijf je zonder gewetenswroeging die clickbare verhalen.
### De uitzondering die de regel bevestigt
Niet elke journalist trapt erin. Hoe kon sportwebsite Defector het dan wel doorzien? Ik denk omdat sportjournalisten gewend zijn aan verhalen waarin rijke mannen dingen verzinnen en daarvoor vleiende media-aandacht krijgen.
Vanuit dat perspectief is die Harvard-geleerde met zijn aliens niet zo anders dan een miljardair die lokale politici en pers omkoopt voor financiering van een nieuw stadion.
### Waarom dit verhaal blijft terugkomen
Ik was deze aliens-verhalen alweer vergeten, tot er twee nieuwe items in mijn inbox verschenen. Een video van Rebecca Watson die Avi Loeb onderuit haalt – 'de Harvard-fysicus die altijd denkt dat het aliens zijn'. En een recente post van Paul Campos die dit ruimtewezens-gedoe koppelt aan de aandelenmarkt.
Campos schrijft een boek over domheid, en zoals we weten zijn de interessantste voorbeelden wanneer rijke en goedverbonden mensen rare dingen zeggen.
Wat ik zelf het saaist vind aan dit verhaal? Loeb zelf. Een succesvolle academicus die inzet op een speculatief idee en de publiciteit opzuigt? Dat verhaal hebben we een miljoen keer gehoord.
Het interessante is niet de misleide egomaaniak die zich ermee associeert, maar de verder gezonde journalisten die het allemaal slikken. Daarom schrijf ik hierover.
- Media kiezen vaak voor sensationele verhalen boven nuance
- Clicks en engagement zijn soms belangrijker dan waarheidsvinding
- Skeptische journalistiek vereist moed tegen de stroom in
- Het publiek heeft behoefte aan betrouwbare, uitgebalanceerde informatie
Zoals een collega me ooit zei: 'Soms is het moeilijkste niet het vinden van het verhaal, maar het weerstaan van het verkeerde verhaal.' Dat geldt dubbel in het tijdperk van virale content en aandachts-economie.
We moeten blijven vragen stellen. Blijven twijfelen. En vooral: blijven controleren. Want als we dat niet doen, wie doet het dan?